open huis het corberic

De mentor is op het Corberic het eerste aanspreekpunt. Hij houdt ouders op de hoogte van de ontwikkeling van het kind. Er wordt veel tijd besteedt om een goede band op te bouwen tussen mentor en ieder kind. In de eerste drie weken heeft de mentor daarom een ochtendperiode waarin groepsvorming en het wegwijs worden in de school centraal staat.

En in de buitenweek die daarop volgt gaat de mentor ook mee met de klas. De mentor geeft een klassenuur, waarin veel aandacht wordt besteed aan groepsdynamiek en klassenvorming.

Als uit de overdracht blijkt dat een leerling extra ondersteuning nodig heeft, kan de leerling de eerste zes weken voor en na schooltijd opgevangen worden in een klein groepje, dit wordt zoveel mogelijk door de mentor geleid. Op die manier krijgen deze leerlingen, die dat vaak extra nodig hebben, een goede band met hun mentor. Er wordt gesproken over hoe ze zaken ervaren en ze worden geholpen bij het wegwijs worden in de school en het plannen van hun huiswerk. De ervaring is dat kinderen zo beter kunnen landen. Onze ondersteuningscoördinator coördineert elk ondersteuningstraject. Als het nodig is spreekt zij al voor de zomervakantie met de leerling en de ouders.

Voor kinderen met extra ondersteuning in de klas nodig, dan maakt de ondersteuningscoördinator samen met de leerling een wegwijzer: een document waar in staat wat een docent kan doen voor deze leerling. De leerling kiest zelf of hij deze wegwijzer wil maken. In de wegwijzer staat bijvoorbeeld een omschrijving van de problematiek, wat de leerling van de problematiek ervaart, wat de docent kan doen voor de leerling en wat de leerling zelf kan doen. Daarnaast staat er ook in hoe de extra ondersteuning er uit ziet. Alle docenten krijgen de wegwijzer van de leerling en de leerling krijgt de wegwijzer zelf ook mee in de tas.

Heeft een kind buiten de klas extra begeleiding nodig? Dan doet de mentor een aanvraag daarvoor bij de ondersteuningscoördinator. Samen met de leerling wordt er een handelingsplan geschreven. Het handelingsplan wordt 4x per jaar met de leerling en mentor (en teamleider) geëvalueerd en eventueel bijgesteld. In principe zijn leerlingen altijd bij deze gesprekken aanwezig.

Kinderen met een dyslexieverklaring krijgen in de eerste drie weken een dyslectiegesprek met de ondersteuningscoördinator. De ondersteuningscoördinator legt uit wat dyslexie inhoudt en welke rechten de leerling heeft. De leerling mag vervolgens zelf kiezen welke extra ondersteuning hij wil gebruiken. Wil een leerling later toch andere keuzes maken, dan kan hij dat overleggen met de ondersteuningscoördinator. We hebben diverse faciliteiten om de leerlingen te ondersteunen bij lezen en het maken van toetsen. Bijvoorbeeld het programma Sprint.

In het 7e en 8e jaar wordt er een uur ingeroosterd waarin kinderen, waar nodig, extra reken- of taalonderwijs (Engels of Nederlands) krijgen.

Het is mogelijk om een rots & water training of bijvoorbeeld faalangstreductietraining te volgen. De ondersteuningscoördinator of de mentor kan aansturen op het volgen van deze trainingen, ook ouders kunnen aangeven dat ze dit wenselijk vinden voor hun kind. De ondersteuningscoördinator geeft vervolgens een verwijzing.

Bij een complexere hulpvraag kan een leerling ondersteuning krijgen vanuit het expertisepunt van De Marke. Dit arrangement wordt afgegeven door de TLV commissie van het samenwerkingsverband Deventer.